Financiële opvoeding en ondernemerschap: kan ons onderwijssysteem tijdig het gat dichtrijden? | RentALoft

Financiële opvoeding en ondernemerschap: kan ons onderwijssysteem tijdig het gat dichtrijden?

Onlangs werd ik voor de tweede keer vader van een zoon. Naast Mateo, is er nu Timo.

Het deed me even stilstaan bij een aantal zaken: mijn rol en verantwoordelijkheid als vader, de toekomst, ons onderwijssysteem, en wat ik bijvoorbeeld vind dat ik absoluut aan waarden en kennis moet meegeven wanneer ze op eigen benen staan. Klaar om hun eigen koers uit te varen.

Dat soort zaken, allemaal uiteraard sterk aan elkaar verweven. Ons Belgisch schoolsysteem, zo bleek onlangs nog uit de talrijke onderwijsdebatten, staat nog steeds geboekstaafd als een van de beste in de wereld. Reden is uiteraard dat we goede, plichtbewuste leerkrachten hebben en we een permanente focus houden op meertaligheid. En door dat laatste in mijn ogen ook ‘vrij open’ staan ten opzichte van cultuur, geschiedenis, trends. Maar zo bleek ook: het herstructureren, aanpassen en een nieuw elan geven van een schoolsysteem is werk van decennia. Dat pak je niet aan op een paar jaar tijd. En heel wat zaken die in de eindtermen staan zijn gebaseerd op een maatschappijvisie die op zijn zachtst gezegd geëvolueerd is.

Wat me bij mijn eigen bezorgdheid brengt. We leven in heel andere tijden. De wereld (of we dat graag hebben of niet) draait nog steeds om geld. Door het internet is het zo veel makkelijker geworden om met mensen samen te werken, nieuwe projecten uit de grond te stappen en te ondernemen. Maar ons klassieke onderwijssysteem traint niemand daar echt op. Integendeel zelfs. Kijk je zelf naar de hogere, klassieke curricula van bijvoorbeeld management-opleidingen dan zijn die erop gericht om in het ‘beste geval’ CEO’s te produceren van een groot bedrijf. Maar een CEO is uiteindelijk vaak ook een bediende. Die mag niet vallen, opstaan, vallen, opstaan en weer doorgaan.

 

De Tijd Vijftig

De Tijd Vijftig

Onlangs had de krant De Tijd een mooie weekendbijlage over Jonge Ondernemers. 50 ondernemers passeerden er de revue, een jonge generatie dertigers, die het heft in eigen handen namen: Dries Bruytaert, Bruno Vanderschueren, Lorenz Bogaert, enzo. Ik las de artikels met veel plezier en besefte ook dat de krant op het goede spoor was, maar uiteindelijk vergat de vinger op de echte wonde te zetten. Zij positioneerden die longlist van ondernemers als een pamflet voor optimisme. Met als rode draad door hun verhalen de drang om te ondernemen, ondanks de hoge loonkosten als hun belangrijkste handicap om in België een bedrijf uit de grond te stampen.

Mijn probleem is dat je als kind een bijna natuurlijke drang hebt om zaken te proberen (te ondernemen), maar ons onderwijssysteem het er geleidelijk aan uitstampt – ‘doe maar gewoon, dat is al zot genoeg’.
En geef toe: kapitalisme heeft in de media en ons onderwijs gaandeweg een slechte naam gekregen, terwijl er van echt gezond kapitalisme al lang geen sprake meer is. Het klimmen van de ‘corporate ladder’ is steevast belangrijker en wordt meer geroemd dan het creëren van bedrijven of die bedrijfsladders.

Zo leert ook niemand echt om te gaan met geld (zie ook deze post). Toch wel een vereiste als je je in ons systeem wenst staande te houden. Echte financiële opvoeding – hoe budgetteer ik later mijn huishouden, hoe koop ik een huis, wat is de betekenis van dit soort ‘financiële investeringen’ – is gewoon nog steeds een groot mankement. De consequentie ervan zie je zeker bij de extremen: gewone man wordt sportman of lottoman of showbizz man. Maar hij of zij slaagt er in toch nog alles te verspelen. Door gebrek aan kennis, aan financiële fundamenten.

Dat brengt me bij de vier soorten professionals die je terugvindt op de arbeidsmarkt – met telkens vier soorten inzichten, achtergronden & mindsets aan hun al dan niet gekozen rol verbonden. Allereerst heb je zij die werken voor een baas (bediende, ambtenaar). Verder heb je zij die hun eigen baas zijn (advocaat, consultant, zelfstandig programmeur, designer of gynaecoloog ). Daarnaast heb je de man of vrouw die zelf mensen tewerkstelt (de ondernemers, eigenaars van een bedrijf(je). En tot slot heb je zij die investeren in het werk van anderen (investeerders – de kleine investeerder kan dit makkelijk via aandelen, ETFs, olie en andere producten)

Toen ik zelf van start ging na mijn studies, kwam ik al snel in die eerste categorie terecht. Zoals de meesten. Beetje willens nillens. Wist ik toen veel dat er andere opties waren, en ik de vaardigheden ontbeerde om tot een andere type categorie te behoren. Advocaten, notarissen, dokters – dat wist ik – die werden dit gewoon door vanuit hun opleidingsachtergrond voor die job als specialist te kiezen. Dat zou ik per definitie dus nooit worden. Maar heel mijn hele leven enkel in dienst van iemand werken, dat vind ik – nog steeds – ook maar niets. Daarvoor heb ik niet de juiste levensvisie.

En dus begon ik stilaan te denken hoe ik wat meer kennis kon opdoen in die twee laatste domeinen. Een werk van lange adem. Van vallen, opstaan en weer nieuwe zaken oppikken. Voor mij is dit loft-project in dat oogpunt nog steeds vooral een manier om kennis op te doen in die twee laatste domeinen, waar ik door mijn opleiding oorspronkelijk geen kaas van had gegeten. Een behoorlijke inhaalbeweging dus, op een min of meer veilig tempo.

En stilaan komt het besef dat indien ik er in slaag dit zo verder te doen, ik ooit deze kennis moet doorgeven aan die twee opgroeiende kerels. Hen moet duidelijk maken dat er op de arbeidsmarkt heel wat meer opties zijn dan de geplaveide onderwijspaden. En wat de consequenties ervan zijn. Kwestie ook dat ze niet tot die volwassenen behoren die in bijvoorbeeld dit artikel worden geschetst: volwassenen met angst voor de toekomst, om risico’s te nemen, die gebukt lopen onder een ogenschijnlijke last waarmee vorige generaties hen hebben opgezadeld. Die taak zal de mijne zijn als ouder.

Binnen 15 tot 20 jaar laat ik weten of ik erin geslaagd ben!